Hoe vul ik het ATA-carnet in?

Stel de goederenlijst altijd op in de taal die door de douane van het land waar u de goederen wilt in-, uit- of doorvoeren verplicht is gesteld.

Aan alle goederen kent u volgnummers toe. Deze vermeldt u in kolom 1.

Voor goederen die uit afzonderlijke delen bestaan (daaronder begrepen reservedelen en toebehoren), kunt u met één volgnummer volstaan. U omschrijft dan in kolom 2 de soort en de waarde en voorzover nodig het brutogewicht van elk deel nauwkeurig, in kolom 3 vult u als aantal 1 in en in de kolommen 4 en 5 alleen het totale gewicht en de totale waarde.

Goederen van dezelfde soort kunt u tot een of meer groepen samenvoegen, mits aan elk goed een afzonderlijk volgnummer wordt toegekend. Indien de samengevoegde goederen niet van dezelfde waarde of hetzelfde gewicht zijn moet de waarde en, voor zover nodig, het gewicht van elk goed afzonderlijk worden vermeld in kolom 2.

U bent verplicht in kolom 5 de werkelijke handelswaarde te vermelden.

Artikelen voor standbouw (verf, lak e.d.), gratis reclamemonsters e.d. (catalogi, prospecti) met een geringe waarde hoeven niet op de lijst te worden aangegeven. Het mag echter wel, maar dan uitsluitend in kolom 2, met vermelding van aantallen en een opgave van ´no commercial value´ in de kolom waarde.

De kolommen 1, 3, 4 en 5 moeten worden getotaliseerd, waarbij u het aantal in kolom 3 en de waarde in kolom 5 tevens voluit dient te schrijven. Let op: In een eenmaal afgegeven carnet mogen géén wijzigingen worden aangebracht!